Article headline
Passie voor natuur, leven vol avontuur
Werken

Passie voor natuur, leven vol avontuur

Als klein kind wist hij het al: ik ga later iets met dieren doen. Dat hij tussen de apen in Afrika ook beschoten zou worden, had de kleine Koen Betjes (27) natuurlijk nooit kunnen voorzien. Als wildlife-expert strijdt de Dirkshorner tegen de stroperij op wilde dieren, nu ook samen met Nederlands bekendste bioloog Freek Vonk.

Passie voor natuur, leven vol avontuur

“Met Freek Vonks stichting No Wildlife Crime steunen we natuur­projecten wereldwijd”, vertelt Koen enthousiast in zijn ouderlijk huis.“Sinds kort werk ik ook mee aan Freeks tv­producties, die de jongekijkers inspireren. Dankzij deze baan kan ik mijn eigen veldwerk inAfrika bekostigen. En met de gedeelde passie voor natuur vullen we elkaar perfect aan.”

Waar komt die passie vandaan?“

De verre reizen van mijn ouders vond ik als kind al geweldig. In deweekenden wilde ik altijd de natuur in. Het bos en duingebied zijn hierlekker dichtbij. Liep ik daar met mijn natuurgids! Als we niet op padgingen, dan tekende ik thuis allerlei dieren na. Later koos ik voor destudie Wildlifemanagement in Leeuwarden en begon ik met vrijwilligers­werk bij verschillende natuurprojecten in Afrika.”

Wanneer wist je dat je wilde vechten tegenstroperij?“

Sinds ik in Namibië ontdekte hoe pangolins, oftewel schubdieren,ernstig met uitsterven worden bedreigd door menselijk toedoen, weetik dat ik iets moest doen. Dit is het meest gestroopte zoogdier ter wereld. Hun schubben worden in het Verre Oosten gebruikt voortraditionele geneeskunde. De straatwaarde is extreem hoog, terwijl veel Afrikanen in armoede leven. Kortom, hét recept voor illegalehandel. Ik zet me in voor veel bedreigde diersoorten, maar schub­dieren hebben mijn speciale aandacht; ze worden bijna niet meerin het wild gezien.”

Hoe ga je te werk?

“Ik zet me in voor kleine beschermingsorganisaties in uitgestrektewildernisgebieden. De sleutel tot succes ligt in nauwe samenwerkingmet lokale gemeenschappen. Daarom werken wij met een speciaalprogramma waarbij we het salaris van een ranger financieren en antistroperijmiddelen leveren. Via deze weg ondersteunen wij ook hele gezinnen De pangolins die we uit de illegale handel redden, zijn er meestalslecht aan toe. Ze zitten soms wekenlang opgesloten in een doosmet een krop sla en hun eigen uitwerpselen. Wij laten ze aansterkenen zetten ze weer uit in het wild. Vanwege hun hoge waarde en sterkbedreigde status doen we dat op geheime locaties en onder politie­escorte.”

Klinkt spannend.

“Ja, echt wel! Vooral het vrijlaten. Dat doen we ’s nachts. Ik ben weleens op een zwarte mamba gestapt, of plotseling een neushoorn tegengekomen. Je hoort soms luipaarden brullen... Sta je dan met je pangolin! Het spannendste maakte ik mee in Centraal ­Afrika. Daar deden we onderzoek naar mandrils. We stonden midden in een grote groep toen we ineens kogels langs hoorden suizen. We doken op de grond en begonnen te schreeuwen. Onze lokale jongens renden eropaf, dus wij gingen er ook maar achteraan. Maar de schutters waren al verdwenen. De aanblik van gewonde en dode apen vergeet ik nooit meer.”

Wat is de grootste uitdaging om je doel tebereiken?

“De geheimzinnigheid. We wroeten in complexe, onzichtbare net­werken. Die strekken zich uit van arme dorpelingen die stropen uit wanhoop tot mensen uit hoge sociale klassen die heel veel geld verdienen aan de handel. En er is ook veel corruptie.”

Hoe kun je dan toch wezenlijk resultaat boeken?

“Door samen te werken met lokale gemeenschappen en hen ook serieus te ondersteunen, ervaren zij verantwoordelijkheid. Daarnaast creëren we bewustzijn. Ook elk gestroopt dier had zijn functie in de natuur. Voorbeeld: veel Afrikanen hebben een paar koeien en geiten. Hun schaarse grasland wordt echter kaalgevreten door termieten. Diezelfde insecten vreten ook hun houten huizen op. Een levensgroot probleem dus. Gelukkig bestaat er een jager die alle termieten vak­kundig én gratis elimineert: de pangolin! Zo proberen we het in een ander perspectief te plaatsen, met hulp van de mensen uit het dorp. Dat heeft meer impact dan wanneer wij blanken dat doen.”

Wat geeft jou hoop, ondanks de ernst van het probleem?

“De succesverhalen. Bijvoorbeeld als een vrijgelaten dier jongen krijgt in het wild. Dat proberen we namelijk te monitoren. Soms hebben we zelfs camerabeelden. Dat zijn momenten waarop de groepsapp ontploft van geluk.”

Houdt de dierenstand bij ons in de polder jou ook bezig?

“Niet actief. Maar ik volg wel oud­-studiegenoten die zich hierop storten. In Nederland veroorzaken wilde dieren als edelherten, vossen en ganzen soms schade. En wolven, natuurlijk. De vraag hoe en wanneer je mag ingrijpen ligt maatschappelijk gevoelig. Persoonlijk zou ik zeggen: geef wolven een zender. Monitoring geeft zo veel inzicht in gedrag, territoria en verplaatsingen. Als wij de wolf leren begrijpen, kunnen we op allerlei manieren schade voorkomen.”

Wat kunnen wij Hollanders op dat gebied leren van Afrikanen?

“Meer mét de natuur leven dan ernaast. Als daar een koe is gepakt door een leeuw, zouden zij het roofdier nooit doden, puur uit respect. Zij zeggen dan: had ik mijn vee maar beter moeten beschermen. Natuurlijk is daar veel meer ruimte dan hier, maar het gaat om de manier van denken. Daarom staan zij ook erg open voor nieuwe oplossingen en technologieën. Als een gezenderde troep leeuwen binnen twee kilometer afstand komt, krijgen enkele dorpelingen een appje en haalt iedereen zijn dieren binnen.”

Als je jongeren in Nederland één boodschap mag meegeven, welke zou dat dan zijn?“

Dat je echt geen bioloog in Afrika hoeft te zijn om een verschil te maken. Maak in je dagelijkse leven bewuste keuzes, zoals in eten, energieverbruik, afval, vervoer, kleding. Denk na over de effecten en je weet dat je bijdraagt aan een betere toekomst voor mens en dier .Kleine moeite, groot resultaat. En een fijn gevoel.

No items found.
No items found.
No items found.
No items found.
No items found.

Partner

Geen gerelateerde posts gevonden

Verder lezen