Article headline
Molen in z'n nakie
Leven

Molen in z'n nakie

Frank Bilsen is een van de ruim duizend vrijwillige molenaars in Nederland die zorgen voor beheer en behoud van dit nationale historische erfgoed. Een waardevolle bezigheid die vraagt om hartstocht, tijd en liefde voor de molen. En liefst geen hoogtevrees.

Molen in z'n nakie

Naast tulpen zijn molens hét wereldwijde symbool van Nederland. Legendarisch vanwege de strijd met het water en de winning van land. En hoewel de bemaling van onze polders tegenwoordig hoofdzakelijk machinaal gebeurt, zijn er nog altijd meer dan duizend molenaars actief. Veertig van hen zijn beroeps, de rest doet het vrijwillig. Frank Bilsen is zo’n vrijwillige molenaar. Samen met collega-molenaars Henk Schoonheim en John Alkemade houdt hij sinds 2018 de Philisteinse Molen tussen Bergen en Egmond in bedrijf. We bezoeken de molen op een bijzonder moment, want er is net een grondige vervanging gaande van de hele buitenschil, inclusief de wieken (het ‘gevlucht’). Een zeldzaam beeld, want ‘de Philistein’ is volledig ontdaan van z’n rieten jas en je kijkt er zodoende dwars doorheen. “Zo zie je de molen eigenlijk nooit”, zegt Frank. “Een gek gezicht, vind ik. Maar ook wel weer uniek. Dat je van buitenaf de hele binnenkant kunt bekijken. Hij staat compleet in z’n nakie.”

RIETGEDEKTE BINNENKRUIER

Even wat feiten op een rijtje. De Philisteinse Molen dateert uit 1887 en is een achtkantige rietgedekte binnenkruier met de functie van  poldermolen. De molen is, zoals dat heet, volledig maalvaardig en kan dus helpen om het waterpeil in de 202 hectare grote Philisteinse polder te beheersen. Aan de molen zit een veelbewogen geschiedenis die teruggaat tot begin zestiende eeuw. Maar liefst drie eerdere molens stonden op deze plek. Van twee voorgangers weten we dat ze door blikseminslag verloren gegaan zijn.Via een vijzel (‘schroef van Archimedes’) wordt het water uit de polder opgevoerd van ongeveer -1.20 meter onder NAP naar -50 centimeter en vervolgens geloosd in de ringvaart van de Bergermeer. Tegenwoordig gebeurt dit via het elektrische gemaal naast de molen. Maar als het waterpeil te hoog is, bijvoorbeeld na hevige regenval, kan de molen bijspringen.

GILDE VAN MOLENAARS

Om zo’n molen fit en in bedrijf te houden, is veel vakmanschap vereist. De drie molenaars hebben dan ook een stevige opleiding gehad van het Gilde van Molenaars. Frank: “Ja, dat is een hele studie. Om een molen te mogen bedienen heb je een diploma nodig van de Vereniging De Hollandsche Molen. Daar doe je gemakkelijk twee jaar over, vaak wel meer. Je moet voor het examen echt van elk onderdeel weten waarvoor het dient, waarvan het gemaakt is en wat te doen als het niet meer werkt. En natuurlijk precies weten wat de molen nodig heeft, in alle weersomstandigheden en seizoenen.”

ZEN-PLEKJE

Het werk van de vrijwillige molenaar is onbezoldigd. Frank en z’n medemolenaars in de rest van het land besteden een belangrijk deel van hun tijd aan hun ‘hobby’, in weer en wind, en bij nacht en ontij. “Ja, de uitdrukking ‘een tik van de molen hebben gehad’ zal gerust geen toeval zijn”, zegt Frank. “Je hebt er echt wel passie voor nodig. Maar die heb ik ook. Toen ik in 2015 langs de molen wandelde, werd ik meteen besmet met het zogenaamde molenvirus en heb ik me direct aangemeld voor de opleiding. Het is ook fantastisch om hier aan het werk te zijn. In zon en regen, midden in dit prachtige landschap. Met de wind om je oren, kijken naar de natuur die steeds verandert. Ik noem dit ook wel mijn zen-plekje. Ik kan er vreselijk van genieten. ”Wonen in de molen – sinds 1973 eigendom van de gemeente Bergen – is niet aan de orde. “Nee, ik woon gewoon in een huis. Je mág er zelfs niet in overnachten, hoewel dat vroeger anders was. De laatste beroepsmolenaar woonde er met een gezin van negen kinderen. Dat is me een volle boel geweest, want het woonoppervlak is echt klein.”

No items found.
No items found.

IN HET VOLLE DAGLICHT

Tijd voor een bezichtiging van de Philistein. Via trapjes en luiken komen we boven in de kap van de molen, waar we dankzij de  tijdelijke ontmanteling een waanzinnig mooi uitzicht hebben over  de omliggende polders tot aan de duinrand. De verdiepingen zijn vanwege de werkzaamheden in het volle daglicht allemaal goed te bekijken. “Dat heb je normaal ook niet”, zegt Frank. “Ook voor mij een heel ander beeld. ”Hij wijst op de initialen die de bouwers en bewoners hier en daar op de houten balken hebben aangebracht. Het jaartal 1887 en de naam van aannemer Bregman is prominent zichtbaar. Frank geeft tekst en uitleg bij het raderwerk en laat zien hoe de hele kap en het gevlucht (de wieken dus) op de wind gedraaid kan worden. “Kruien noemen we dat, en in Noord-Holland doen we dat vaak binnen. In tegenstelling tot de meeste molens in het land, die een staartstuk hebben en een kruirad dat buiten bediend wordt. ”Hij lacht: “Tijdens mijn opleiding moest ik wel mijn hoogtevrees zien te overwinnen, want je moet als het nodig is wel in de wieken durven klimmen. Nou ja, dat ben ik inmiddels wel gewend. Maar de eerste paar keer heb ik wel wat zweetdruppeltjes laten vallen.”

NIEUW LEVEN

De fascinatie voor ‘zijn’ molen is hoorbaar in de verhalen die Frank vertelt. “De molen was in de jaren zestig en zeventig behoorlijk verwaarloosd geraakt. De gemeente heeft de molen toen gekocht als onderdeel van ons erfgoed en stapje voor stapje is-ie nu weer in volle glorie terug. Ik ben blij dat Henk en ik – en sinds kort ook gediplomeerd molenaar John Alkemade – de molen nieuw leven hebben kunnen inblazen. En gelukkig hebben de gemeente Bergen en de provincie Noord-Holland de budgetten gevonden om het rietwerk en de wieken te vervangen, zodat de molen er weer jaren tegenaan kan. ”Door een zeer ongelukkige val van de trap in de molen, ruim vier jaar geleden, kost het Henk tegenwoordig fysiek te veel moeite om voor de volle honderd procent werkzaam te zijn, maar de komst van John heeft het molenaarsteam de broodnodige versterking gegeven. Samen zorgen ze voor het behoud en de inzet van de Philistein.

BEZOEKEN

En over die molen vertellen ze dus ook graag, aan iedereen die meer wil weten. De molen is dan ook regelmatig te bezoeken, ook als onderdeel van educatieve en creatieve projecten. Als de wieken draaien en de vlag hangt uit, zijn belangstellenden welkom. Natuurlijk ook tijdens de Nationale Molendag, jaarlijks in mei, en tussendoor veelal op dinsdag en zaterdag. Dan staat de Philisteinse Molen statig te stralen in de weidse polder. Met een nieuw gevlucht en een compleet nieuwe rieten outfit. Als levend bewijs dat molens ook in de eenentwintigste eeuw niet zijn weg te denken uit het oer-Nederlandse beeld. Stoer en maalvaardig. Dankzij Frank, Henk, John en hun hartstochtelijke collega’s – met allemaal een gezonde tik van diezelfde molens.

No items found.
No items found.
No items found.

Partner

Geen gerelateerde posts gevonden

Verder lezen