Vrije geest Nico Danenberg: 'Morgen kan alles voorbij zijn'

'Ik besloot te stoppen met de kroeg en kocht een huifkar. In juni 2018 ben ik vertrokken vanuit Hoorn naar Frankrijk.'

Door
Text Link
op
This is some text inside of a div block.
Categorie:
Text Link

Nico Danenberg (61) was 32 jaar lang de kroegbaas van café Swaf in Hoorn. Daarvoor deed hij gas-, water- en loodgieterswerk én hij diende 4 jaar bij de marine. Een type ‘wat z’n ogen zien maken zijn handen’ en daarnaast ook een vrije denker, die geen uitdaging uit de weg gaat. Toen zijn broer Sjaak terminaal ziek werd kwam er het besef, morgen kan alles voorbij zijn.

“Ik besloot te stoppen met de kroeg en kocht een huifkar. Langzaam ben ik hem gaan aanpassen. Er moest een watertank in én een goed bed. Omdat ik mijn vertrek ver van tevoren had aangekondigd, kreeg ik een prachtig afscheid van mijn klanten en hebben Hoornse kunstenaars een doek beschilderd voor op de zijkant van de kar. In juni 2018 ben ik vertrokken vanuit Hoorn naar Frankrijk. Ik wist in de ochtend niet waar ik die avond zou slapen. Ik dacht; ‘Pluk de dag en wat je nu kan doen, moet je nu doen’. Overal heb ik de B wegen genomen en alles was zo mooi. Als je op een langzame manier voorbijgaat, dan zie je veel meer. Ik wist niet dat Nederland zo avontuurlijk was, je ziet onderweg het landschap langzaam veranderen.

Voor de huifkar staat een Deutz trekker uit 1965 en ik rij niet meer dan vier uur per dag. Als ik ergens stop zing ik liedjes, die ik samen maak met Joey Vriend. Met een huifkar heb je een heel ander voorkomen dan met een camper, ik mag hem overal neerzetten. Zo stond ik twee dagen in de straten van Verdun, iedereen vond het geweldig. Met een camper hadden ze je allang weggestuurd. Dennis van der Geest is ook een paar dagen met mij meegereisd, voor zijn programma Vrije Geesten. Hij sliep in een tentje naast de kar. Hij kwam er iedere ochtend gebroken uit, maar dat vond hij niet erg. Het aanpassingsvermogen van een mens is groter dan hij denkt. Stel niet te veel vragen en zie vanzelf wat er komt.”

Tekst & fotografie: Liesanne Schoon