Simon & Irene Schouten

Topschaatsers met ondernemersblik..

Door
Text Link
op
This is some text inside of a div block.
Categorie:
Text Link

Verbonden door ambitie

Ambitie is hun drijfveer. Zowel op het ijs als daarnaast. Broer en zus Simon en Irene Schouten zijn winnaars in de schaatssport, maar presteren ook buiten de baan. Zo is Simon druk met de uitbreiding van de bloembollenkwekerij van de familie. Irene denkt voorzichtig aan een toekomst in de fitnessbranche. ,,Van huis uit leerden we om aan te pakken. Niet piepen, maar doorgaan. Dan kom je verder.’’

Wie zijn ze?

Broer en zus Simon (1990) en Irene (1992) Schouten zijn West-Friese schaatshelden. Simon won in 2013 de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. In 2018 pakte hij de Nederlandse titel marathonschaatsen op kunstijs. Begin dit jaar sloot hij zijn schaatsloopbaan af door als eerste te eindigen bij de marathon op natuurijs in Haaksbergen. Irene werd in 2015 en in 2019 wereldkampioen op de massastart. Bij de Olympische Spelen in 2018 won ze brons. Ze zijn de tweede en de derde van een gezin met vier kinderen. Simon haalde zijn diploma commerciële economie aan de Hogeschool van Amsterdam en woont met zijn vader en zijn broer bij hun bloembollenbedrijf bij Wervershoof. Hij stopte dit jaar met zijn schaatscarrière om zich volledig op het bedrijf te richten. Irene brak haar hboopleiding in 2010 af om zich op haar sportloopbaan te focussen. Ze woont met haar vriend in Hoogkarspel.

De plek waar ze hun verhaal vertellen zegt alles: gewoon de kamertafel in hun ouderlijk huis. Symbool van verbondenheid en familietradities. Het ene raam kijkt uit over het bloembollenbedrijf dat Simon runt met zijn vader en broer. Kassen en grote hallen, waar Irene als scholier bollen pelde. Het andere raam biedt een blik op de polder, waar ze allebei uren fietsten, als onderdeel van hun schaatstraining.

,,Van jongs af aan werkten we in onze vrije tijd mee bij het bedrijf’’, vertelt Irene. ,,Had vader het druk op het land, hielpen we hem daar. En denk maar niet dat we stopten als het begon te regenen. Nee, eerst moest het werk af. Als bij het bollen pellen de blaren op je vingers stonden, zette je je kiezen op elkaar en pelde je verder. Die mentaliteit helpt ons bij onze sportcarrière. Dus als het moeilijk wordt, niet zeuren, maar doorzetten.’’ ,,Dat we uit een ondernemersnest komen, is altijd een duwtje in de rug geweest voor onze schaatsloopbaan’’, zegt Simon. ,,Van huis uit hebben we geleerd om op lange termijn te denken en weten we dat je eerst flink moet investeren om later resultaten te boeken. En dat je hard moet werken om wat te bereiken. Voor ons is het ook vanzelfsprekend dat je met je sponsor meedenkt over wat je voor elkaar kunt betekenen. Daar hoort ook bij dat je de centen niet over de balk gooit. Wij hebben altijd goede schaatsen en prima fietsen gehad, maar echt niet het nieuwste van het nieuwste. Dus denk niet dat we meteen van die dure ultralichte racefietsen kregen om te trainen. Misschien maar beter ook. Want hoe zwaarder je fiets, hoe harder je traint.’’

Foto: John Oud
Innoveren

Over ondernemen: het bedrijf Schouten verbouwt zeventig hectare tulpenbollen en biedt werk aan veertig medewerkers. Hun bollen worden in kassen ‘gebroeid’, daarbij brengt het bedrijf jaarlijks zestig miljoen tulpen per jaar tot wasdom. Via grote Duitse supermarktketens vinden die daarna hun weg naar de consument. Om de capaciteit te vergroten hebben ze net een nieuw kassencomplex gebouwd. ,,Schaalvergroting is in onze branche onvermijdelijk’’, stelt Simon. ,,Als je wilt overleven moet je groeien, moderniseren en innoveren.’’ Om zich volledig op het bedrijf te richten, zette hij dit jaar een punt achter zijn carrière als profsporter. Hij blijft schaatsen en wielrennen, maar dan als amateur. Irene is twee jaar jonger en schaatst door. Ze maakt deel uit van het team Easyjet en won vorig jaar brons bij de Olympische Spelen in Pyeong Chang. Nu maakt zich op voor een nieuw schaatsseizoen. Daarbij wordt ze gevolgd door een ongekend grote schare fans, zoals haar 42 duizend volgers op Instagram. Dat ze poseerde voor een spannende fotoreportage in een glossy, was een impuls voor haar populariteit. ,,Het is al ruim een jaar geleden, maar ik word er nog altijd op aangesproken. Dat mág hoor, want het waren prachtige foto’s. Ik poseerde in mooie lingerie, voor een vakkundige fotografe. Ik zag het als een kans om te laten zien dat schaatsen niet alleen een sport is voor saaie boerenmeiden. En ik deed het ook om mijn kinderen later die foto’s te kunnen laten zien. Zo van: ‘Jongens, zo zag mama er vroeger uit.’ Dat kan best, want je ziet niet alles, hoor. Er blijf wat te raden over.’’

Wat zijn jullie gemeenschappelijke eigenschappen?

Simon: ,,We zijn allebei sportief en ambitieus.’’ Irene: ,,Ook zijn we allebei ondernemend, eerlijk en spontaan. Want we hebben het hart op de tong. Als we iets denken, zeggen we het ook.’’

Simon: ,,We kunnen onszelf allebei goed afsluiten van de wereld. Zoals alle sporters hebben we egoïstische trekjes, want je traint en je schaatst met het doel om te winnen en dan heb je amper oog voor wat er om je heen gebeurt.’’

Waarin verschillen jullie?

Irene: ,,Ik heb eerder last van stress. Simon is daar makkelijker in. Als ik vanwege onverwachte drukte opeens een uur minder kan trainen, ben ik meteen paniekerig. Simon is veel flexibeler. Hij zegt dan gewoon: ‘dan train ik morgen wel een uurtje extra’.’’

Simon: ,,Ik ben ook wat eigenwijzer dan Irene. Als ik iets in mijn hoofd heb, moet je van goede huize komen om me op andere gedachten te brengen. Zij is wat makkelijker te overtuigen.’’

Irene: ,,Simon kan goed leren. Toen hij studeerde, sloot hij zich in zijn kamer op om te blokken en dan haalde hij gewoon goede cijfers. Ik zou wel wat van zijn concentratievermogen willen hebben.’’

Wat zou je aan jezelf willen veranderen?

Irene: ,,Ik zou wel wat beter met anderen willen communiceren. Zeker met appjes en mailtjes kan ik heel kort zijn. Of ik reageer helemaal niet. Mijn vriend moest daar in het begin erg aan wennen.’’

Simon: ,,Dat is een familiekwaaltje. We zijn heel kort van stof.’’

Irene: ,,Ik ben ook nogal slordig, met kleding. Daarvan geef ik de sport de schuld. Als je de hele dag traint, moet je je zeker drie keer verkleden. Dan ligt het huis al gauw vol sportkleding. ‘’

Simon: ,,Ik zou wel wat opgewekter willen zijn. Als ik soms zie hoe enthousiast anderen kunnen reageren, betrap ik mezelf er wel eens op dat ik dat minder heb. Ik ben daar te nuchter voor.’’

Wat zien jullie zelf als jullie grootste sportprestaties?

Simon: ,,Het winnen van de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee, in 2013.’’

Irene: ,,Mijn twee wereldtitels bij de massastart. Maar op de buitenwereld maakt mijn Olympische medaille meer indruk. En ik ben er ook trots op dat we op 1 januari 2018 allebei Nederlands kampioen marathonschaatsen werden op kunstijs. Toen we dat als broer en zus bereikten, schreven we echt schaatsgeschiedenis.’’

Wat is het aantrekkelijke van wonen op het Noord-Hollandse platteland?

Irene: ,,Het is een mooie combinatie van rust en de ruimte, terwijl je toch alle voorzieningen dichtbij hebt. Ik vind de rust van de polder geweldig, maar het is wel handig dat je hier ook winkels en medische zorg in de buurt hebt.’’

Simon: ,,Het Noord-Hollandse landschap biedt lekker veel variatie. Bij mijn rondjes op de racefiets kan ik daar echt van genieten. Het ene moment zie je bloemkool en broccoli, verderop rij je langs tulpen, kool, graan of koeien in het gras. Die diversiteit is uniek. Daarom vind ik het ook niks om in Friesland te trainen. Als je daar fietst, zie je alleen maar gras en mais. Dat is me te saai.’’

Irene: ,,Omdat ik vrijwel elke dag op de fiets zit voor mijn trainingen, ken ik elke weg in de buurt. Dan let ik altijd op mooie huizen. Ik kan genieten van smaakvol gerestaureerde stolpboerderijen en van woningen met een eigen karakter. Ik kijk ook altijd of er iets moois te koop staat. Als ik even tijd heb, zit ik op Funda. Dan kan ik heerlijk fantaseren over de mogelijkheden van zo’n woning. Mijn vriend is timmerman, Samen kunnen we de mooiste plannen bedenken om van een doodgewoon huis een paleis te maken. In gedachten ben ik het dan al aan het verbouwen en het inrichten.’’

Foto: John Oud
Hoe belangrijk is het thuisfront voor jullie?

Simon: ,,Heel belangrijk. Hier woon ik, hier werk ik en hier hoor ik. Ik vind het gezellig dat ik hier de hele dag mensen om me heen heb.’’

Irene: ,,Omdat we hier zijn opgegroeid, is dit een huis vol goede herinneringen. Ik kom er nog graag en vaak. Als ik tussen de trainingen door even tijd heb, ga ik hier lunchen. Hier is het gezellig en spreek ik iedereen.’’

Hoe ziet jullie dagprogramma eruit?

Irene: ,,Meestal sta ik rond zeven uur op. Een wekker heb ik niet nodig, want ik ben een ochtendmens. Eerst ga ik dan een stukje hardlopen en even ontbijten. Daarna haal ik de boodschappen, doe ik wat administratie en stap ik op de racefiets. ’s Middags rijd ik naar Heerenveen voor een ijstraining. Als ik daarna thuiskom, eet ik met mijn vriend. Meestal ga ik rond tien uur naar bed.’’

Simon: ,,Mijn wekker gaat om half zeven. Dan zet ik de spullen in de schuur klaar voor onze medewerkers. Met die jongens drinken we eerst koffie, tegen zeven uur. Ik werk de hele dag. Wat we doen, hangt af van het seizoen. In de zomer is het bollen rooien en pellen, in oktober gaan de bollen de grond in en vanaf januari tot mei, snijden we de bloemen in de kas, voor de supermarkten. Meestal werk ik tot een uur of zes. Maar als de bollen gerooid moeten worden of als er land beregend moet worden, ben ik wel tot elf uur bezig.’’

Wat zijn jullie hobby’s?

Irene: ,,Als ik vrij heb, ga ik uit met vriendinnen. Lekker eten en bijpraten. Omdat ik vaak in het buitenland ben voor trainingen en wedstrijden, geniet ik er extra van als ik een avondje met mijn vriend thuis kan zijn. Dan kijken we soms een serie op Netflix,’’

Simon: ,,Ik ben eigenlijk altijd aan het werk. Maar nu ik met het wedstrijdschaatsen ben gestopt, kan ik schaatsen en fietsen mijn hobby’s noemen.’’

Wat maakt jullie boos?

Irene: ,,Oneerlijkheid. Als iemand zijn afspraken niet nakomt, word ik pissig.’’

Simon: ,,Dat heb ik ook. Bij ons is een afspraak een afspraak. Daar heb je geen handtekening of contract voor nodig. ‘’

Zie ik een huis te koop staan, ben ik in gedachten al aan het verbouwen

In hoeverre lijken jullie op je ouders?

Irene: ,,Onze flexibiliteit hebben we van onze vader. Die doet nergens moeilijk over.’’

Simon: ,,Ons discipline hebben we van onze moeder. Zij hamerde erop dat we eerst ons huiswerk moesten maken, voor we gingen trainen. Ook moesten we altijd goed eten. Want zonder gezond eten geen prestaties, zei ze altijd.’’ Hun moeder kreeg drie jaar geleden thuis een herseninfarct. Sindsdien woont ze in een verpleeghuis in Lutjebroek. Op donderdag en in het weekend halen ze haar naar huis. Om de beurt zijn de kinderen dan thuis om haar gezelschap te houden. ,,Dan is het voor vader ook beter te doen’’, zegt Irene. Bij de zorg voor hun moeder, worden ze gesteund door hun familie.

Simon: ,,Onze ouders komen allebei uit een gezin van twaalf kinderen. In totaal hebben we 88 neven en nichten. De hele familie leeft mee. Daardoor krijgt onze moeder elke dag twee keer bezoek. We hebben een arts en een fysiotherapeut in de familie, die denken mee.’’

Irene: ,,In de zorg hebben ze mensen tekort. Gelukkig hebben wij onze familie. De één praat met moeder, de ander leest met haar. Daardoor krijgt ze steeds prikkels. Dat zijn allemaal manieren om haar te stimuleren.’’ Ze zien dat als een levensles: hoe belangrijk het is om elkaar te helpen en om op elkaar te kunnen leunen. Ze wisten het al uit de sport, ze ondervinden het in het bedrijf, nu merken ze het opnieuw in de zorg. ,,Als we onze familie niet hadden gehad, was het met moeder lang niet zo goed geweest. Hoe haar perspectief is, weten we niet. Maar ze gaat nog steeds met kleine stapjes vooruit.’’

Wat zijn jullie eigen perspectieven? Hoe zien jullie je toekomst?

Simon: ,,Mijn focus ligt bij het bedrijf. Met ons team willen we dat succesvol uitbouwen.’’

Irene: ,,Als ik mijn sportloopbaan beëindig, wil ik graag kinderen. Daarnaast wil ik blijven sporten. Ik denk dan aan een baan in de fitnessbranche, waarbij ik sport, management en ondernemen kan combineren. En misschien dat dat ene droomhuis binnenkort voorbijkomt.’’

Jan Vriend

Jan Vriend is als verslaggever verbonden aan de weekendbijlagen van verschillende dagbladen. Hij maakte indringende reportages over de legionellaramp in Bovenkarspel en de nieuwjaarsbrand in Volendam en deed vanuit New York verslag over de gevolgen voor gewone mensen na de aanslagen op het WTC. Voor de persoonlijke aanpak van zijn interviews en zijn toegankelijke schrijfstijl werd hij door de Nederlandse Vereniging van Journalisten onderscheiden met de Zilveren Cicerolat.